door Evelien van Leersum

In het najaar van 2019 heb ik een reis gemaakt door het noorden van India en het zuiden van Nepal. In dit gebied heeft 2500 jaar geleden het leven van de Boeddha zich afgespeeld. Hij is er geboren (in Lumbini, vlak over de grens van Nepal), heeft er geleefd en gepreekt (o.a. in Benares, het huidige Varanasi), heeft er rondgezworven en is er overleden. 

Het landschap is vlak. Er zijn kleine dorpjes, veel rijstvelden en wat bomen. Veel bomen worden gekapt voor de crematies in Varanasi. Varanasi ligt aan de oever van de Ganges. Veel mensen willen daar gecremeerd worden zodat hun as in de heilige rivier Moeder Ganges terecht komt. Volgens de Hindoeïstische leer verkrijgen ze dan moksha (bevrijding van samsara, de cyclus van dood en wedergeboorte die afhankelijk is van karma). Ze hoeven dus niet meer te reïncarneren. In India is dat een aantrekkelijk vooruitzicht want voor velen is het leven moeizaam en zwaar. Zelfs zo aantrekkelijk dat er hotels voor stervenden zijn. Sommige mensen leven daar al 30 jaar en zijn helemaal niet ziek maar willen er niet naast grijpen. Varanasi is een stad die leeft van de dood, die er van doortrokken is. Overal staat de handel in teken van de dood. Er wordt hout en stro verkocht, professionele vuuropstokers bieden zich aan, offertjes worden gemaakt en aangeboden, geurende olie wordt verkocht om de lichamen mee te besprenkelen om zo de geur van brandende lichamen wat de verdoezelen (niet dat dat helpt) en tegelijkertijd wat brandbaarder te maken. Overigens, Boeddhisten hebben een elektrisch crematorium. Zij willen niet dat er levende bomen gekapt worden voor hun crematie.

Noord India en een groot deel van Nepal is Hindoeïstisch maar toch zijn er veel beelden en tempels voor de Boeddha. In het hindoeïsme wordt hij namelijk gezien als een incarnatie van de god Vishnu, de beschermer van al het geschapene. In deze streek zijn Hhindoeïsme en Boeddhisme een beetje met elkaar verweven.

Varanasi heette vroeger Benares. Iets buiten de stand ligt Sarnath, een klein dorpje. Hier bevond zich 2500 jaar geleden het Hertenpark waar de Boeddha zijn eerste preek hield. Nu is het een groot terrein met archelogische opgravingen. De fundamenten van de eerste Boeddhistische kloosters zijn er te zien. Hier staat ook de Dhamekh stoepa, opgericht  in 249 v. Chr. door koning Asoka. Het is een pelgrimsoord en Boeddhistenvan over de hele wereld komen er naar toe. Ieder uit op zijn eigen wijze hun devotie. Veel mensen zingen sutra’s. Thai hadden de gewoonte om bladgoud op de stoepa aan te brengen maar dat is nu niet meer toegestaan. 

Noord India en Nepal zijn overwegend Hindoeïstisch maar toch zijn er veel beeltenissen van  en tempels  voor de Boeddha. In het Hindoeïsme wordt de Boeddha gezien als een van de vele incarnaties van de Hindoegod Vishnu, de beschermer van al het geschapene. In deze streek zijn het Hindoeïsme en Boeddhisme wat met elkaar verweven. 

Voor mij was het heel bijzonder om daar te zijn en om het leven daar te ervaren. Voor ons zijn veel woorden uit het Sanskriet toch vreemd, iets exotisch. We kennen er begrippen aan toe die vanuit onze cultuur niet kennen en maken er iets verhevens van. Daar maken ze gewoon deel uit van het dagelijkse leven. Shakyamuni (de stamnaam van de Boeddha) kom je bijv. geregeld tegen boven een groentewinkeltje of op een auto van een rijschool. Het is een gewone familienaam.